Geen verrassingen. Alles opgevolgd.
1. Indienststellingsonderzoek
Voor een nieuwe tank is er een indienststellingsonderzoek volgens Vlarem II verplicht voordat deze in gebruik wordt genomen. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd door een erkend technicus of een erkend milieudeskundige.
Wat houdt het onderzoek in?
– Plaatsing en omgevingsvergunning.
– Visuele inspectie.
-Controle van de veiligheden (overvulbeveiliging en eventueel lekdetektiesysteem).
– Dichtheidstest (ondergrondse tanks).
2. Periodieke tankkeuring
Gasolie,diesel,lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamelijke opslagcapiciteit van:
1: a) 5 ton tot en met 20 ton als de inrichting hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt (klasse 3).
b) 100 kg tot en met 20 ton voor andere inrichtingen dan de inrichtingen, vermeld in punt a (klasse 3).
2: En meer dan 20 ton tot en met 500 ton (klasse 2).
3. Bovengrondse tanks
Bovengrondse mazout- of stookolietanks moeten periodiek gecontroleerd worden om hun veilige werking te garanderen. In Vlaanderen gebeurt dit via een beperkt onderzoek en een algemeen onderzoek, elk met een vaste periodiciteit en specifieke controlepunten.
Beperkt onderzoek (elke 3 jaar)
Ten minste om de drie jaar, zonder dat de periode tussen twee opeenvolgende onderzoeken veertig maanden mag overschrijden, worden de installaties aan een beperkt onderzoek
Dit onderzoek omvat indien relevant :onderworpen.
-de inzage in de geldende omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of aktename, in de verklaring van conformiteit, in het attest van de controle bij plaatsing, en in het vorige rapport of attest van het periodieke onderzoek.
– de controle op de goede staat van de overvulbeveiliging;
-een onderzoek naar zichtbare of organoleptisch waarneembare verontreiniging aan de oppervlakte buiten de houder.
-het onderzoek van de algemene staat van de installatie.
Algemeen onderzoek (elke 20 jaar)
Ten minste om de twintig jaar worden de installaties aan een algemeen onderzoek onderworpen. Voorafgaand aan dit onderzoek moet de houder inwendig worden gereinigd.
Dit onderzoek omvat:
Voor houders, bestemd voor de opslag van gevaarlijke vloeistoffen van groep 2, met een individueel inhoudsvermogen tot en met 20.000 liter en voor in klasse 2 ingedeelde opslag van gevaarlijke vloeistoffen van groep 2 die bij omgevingstemperatuur vast zijn, moet enkel het beperkt onderzoek, worden uitgevoerd.
Evenwaardige onderzoeken kunnen worden uitgevoerd zonder de houder inwendig te reinigen. De periodieke herhaling dient in dit geval korter te zijn dan om de 20 jaar en deze termijn wordt vastgelegd op basis van een risicoanalyse uitgevoerd door een milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Elk deelonderzoek wordt uitgevoerd volgens een code van goede praktijk aanvaard door een milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.
4. Ondergrondse tank Vlaanderen
Voor ondergrondse tanks is er net zoals bij bovengrondse tanks een beperkt- en een algemeen onderzoek van toepassing.
Beperkt onderzoek
Ten minste om het jaar voor de houders gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones en om de twee jaar voor de houders gelegen in de andere gebieden wordt de installatie onderworpen aan een beperkt onderzoek, omvattende indien relevant:
-de inzage in de geldende omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of aktename, in de verklaring van conformiteit of het verslag van de controle op de bouw, in het attest van de controle bij plaatsing, en in het vorige rapport of attest van het periodieke onderzoek.
– de controle op de doeltreffendheid en de goede werking van het systeem tegen overvulling.
– de controle op de aanwezigheid van water en slib in de enkelwandige houder voor vloeibare brandstoffen.
-een onderzoek naar zichtbare of organoleptisch waarneembare verontreiniging aan de oppervlakte buiten de houder.
-een onderzoek van de staat van de uitwendige zichtbare delen van de houder, de afsluiters, leidingen, pompen, en andere.
-de controle op de doeltreffendheid van de eventuele aanwezige kathodische bescherming of corrosiemonitoring.
-de controle op de doeltreffendheid en de goede werking van het lekdetectiesysteem.
– de controle op de doeltreffendheid van de voorzieningen ten behoeve van damprecuperatie.
– Dichtheidsproef op enkelwandige tanks van minder dan 10.000 liter die niet voorzien zijn van een lekdetectiesysteem.
– een onderzoek naar de doeltreffendheid en de goede werking van de koolwaterstofafscheider.
Algemeen onderzoek
Voor ondergrondse tanks moet het algemeen onderzoek iedere 10 of 15 jaar uitgevoerd worden door een keuringsorganisme zoals OCB. Tijdens dit onderzoek wordt er gekeken naar de volgende zaken:
Behalve voor ondergrondse houders uit gewapende thermohardende kunststoffen wordt de installatie binnen een van de volgende periodes onderworpen aan een algemeen onderzoek:
-ten minste om de tien jaar voor houders die in de waterwingebieden of de beschermingszones liggen.
-ten minste om de vijftien jaar voor houders die in andere gebieden liggen.
Dit onderzoek omvat:
-het beperkte onderzoek.
– de staat van de binnenwand bij een vastgestelde belangrijke aanwezigheid van water of slib. Als een inwendige inspectie vereist is, wordt de houder inwendig gereinigd. Als het technisch wordt, waar dat nodig is, een niet-destructief onderzoek uitgevoerd om de wanddikte van de houder te bepalen.
– de staat van de buitenbekleding, als dat technisch mogelijk is en zonder dat de houder daarvoor blootgelegd moet worden.
– een dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven enkelwandige houders en niet-toegankelijke enkelwandige leidingen, waarbij maximaal gezocht wordt naar niet-dichte tanks of waarbij de kwaliteitstoestand en de resterende minimale levensduur bepaald worden, uitgevoerd conform een code van goede praktijk, die aanvaard is door de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning.
-als de dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven enkelwandige houders niet toelaat om de kwaliteitstoestand en de resterende minimale levensduur van de houder in te schatten, de toepassing van een bijkomende controlemethode die wel de kwaliteitstoestand en de
resterende minimale levensduur van de houder bepaalt. Voor ondergrondse, dubbelwandige houders wordt ook een controlemethode toegepast die de kwaliteit en de resterende minimale levensduur van de houder bepaalt. De voormelde controlemethode dient te zijn aanvaard door de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning
5. Tankkeuringen in Wallonië
De regelgeving in Wallonië zit nog wat anders in elkaar dan in Vlaanderen wanneer het gaat over tankkeuringen. Voor meer informatie over de wetgeving en keuringen kan je altijd contact opnemen met: tiffany.badts@ocb.be
Een mazouttankkeuring is een technische controle van de opslaginstallatie. OCB kijkt na of de tank nog veilig gebruikt kan worden en of er geen risico’s zijn op lekken of vervuiling.
Na de keuring ontvang je een duidelijk verslag. Als alles in orde is, wordt een conformiteitsattest afgeleverd voor de tank.
Via het formulier geef je aan welke keuring je nodig hebt. We bekijken je aanvraag en nemen die verder op.
We plannen de keuring in op een moment dat past binnen je werking en houden je op de hoogte van de afspraak.
Een expert van OCB voert de keuring uit op locatie en controleert de installatie.
Na de keuring ontvang je een duidelijk verslag met de resultaten en eventuele aandachtspunten. Dit verslag is ook digitaal beschikbaar via QR-code.
Naast het beperkte onderzoek wordt ook de binnenwand van de tank gecontroleerd. Bij verticale tanks worden ook het vakwerk, de bodemplaat en mogelijke vervorming nagekeken.
Er wordt onder andere gekeken naar het vorige keuringsattest, de overvulbeveiliging, zichtbare verontreiniging en de algemene staat van de installatie.
Een mazout- of stookolietank moet periodiek gekeurd worden. Voor bovengrondse tanks gebeurt dit via een beperkt onderzoek elke 3 jaar en een algemeen onderzoek elke 20 jaar.